Het menu Uitvoeren, dat u in het hoofdmenu van de Eclipse-workbench aantreft, bevat alle noodzakelijke acties voor het uitvoeren en het stapsgewijs doorlopen van code, het opsporen van fouten in code en het werken met onderbrekingspunten. De gedeelten van het menu die worden afgebeeld variëren omdat u elk perspectief kunt aanpassen om alleen specifieke voorzieningen af te beelden.
De opdrachten van het menu Uitvoeren:
| Opdracht |
Naam |
Beschrijving |
Sneltoets: |
|---|---|---|---|
![]() |
Onderbrekingspunt voor Java-uitzondering toevoegen | Het dialoogvenster Onderbrekingspunt voor Java-uitzondering toevoegen om een onderbrekingspunt voor het gewenste uitzonderingstype te maken. | |
![]() |
Onderbrekingspunt voor klassenlading toevoegen | Het dialoogvenster Onderbrekingspunt toevoegen voor activering bij laden van klassen openen om een Java-type te selecteren waarvoor u een klassenladingsonderbrekingspunt wilt toevoegen. | |
![]() |
Alle instances... | Alle instances van het geselecteerde type in de huidige VM afbeelden in een voorgrondvenster (alleen beschikbaar bij een VM van Java 1.6). | Ctrl+Shift+N |
![]() |
Alle verwijzingen... | Alle verwijzingen van het geselecteerde type in de huidige VM afbeelden in een voorgrondvenster (alleen beschikbaar bij een VM van Java 1.6). | |
Een submenu afbeelden met geregistreerde snelkoppelingen voor het starten van foutopsporing. Snelkoppelingen voor starten bieden ondersteuning aan startacties die zijn gebaseerd op een selectie in de workbench of in een actieve editor. |
|||
| Foutopsporingshistorie | Een submenu afbeelden met de recente historie van configuraties die in de foutopsporingswerkstand zijn gestart. | ||
![]() |
Snel de meest recente configuratie herhalen in de foutopsporingswerkstand of fouten opsporen in de huidige selectie, indien deze werkstand wordt ondersteund (afhankelijk van uw instellingen voor starten). |
F11 |
|
![]() |
In de view Weergeven het resultaat afbeelden van de evaluatie van de geselecteerde expressie in de context van een stackframe of variabele in de thread. Als het huidige actieve gedeelte een editor voor Java-snippets is, wordt het resultaat hier afgebeeld. |
Ctrl+Shift+D |
|
![]() |
Met deze opdracht kunt u in de editor voor Java-snippets een expressie evalueren. Het resultaat wordt echter niet afgebeeld. |
Ctrl+E |
|
| Terugkeer forceren | De huidige methode forceren terug te keren met de opgegeven waarde. | Alt+Shift+F | |
![]() |
In de view Expressies het resultaat afbeelden van de inspectie van de geselecteerde expressie of variabele in de context van een stackframe of variabele in de thread. |
Ctrl+Shift+I |
|
![]() |
Met deze opdracht wordt het dialoogvenster met startconfiguraties geopend en kunt u configuraties voor de foutopsporingswerkstand beheren. |
||
![]() |
Met deze opdracht wordt het dialoogvenster met startconfiguraties geopend en kunt u configuraties voor de uitvoeringswerkstand beheren. |
||
![]() |
Alle onderbrekingspunten verwijderen | Alle onderbrekingspunten verwijderen uit het huidige werkgebied. | |
|
Een onderbroken thread hervatten. |
F8 | |
Een submenu afbeelden met geregistreerde snelkoppelingen voor starten en uitvoeren. Snelkoppelingen voor starten bieden ondersteuning aan startacties die zijn gebaseerd op een selectie in de workbench of in een actieve editor. |
|||
Een submenu afbeelden met de recente historie van gestarte configuraties in de werkstand Uitvoeren. |
|||
![]() |
Snel de meest recente configuratie herhalen in de uitvoeringswerkstand of de geselecteerde resource uitvoeren, indien deze werkstand wordt ondersteund (afhankelijk van uw instellingen voor starten). |
Ctrl+F11 |
|
![]() |
Uitvoeren tot regel | Het programma uitvoeren verwerken tot aan de geselecteerde regel in de editor. | Ctrl+R |
|
In de huidige instructie stappen. |
F5 | |
| Stap-in in selectie | In de geselecteerde instructie in de editor stappen. | Ctrl+F5 | |
|
Over de geaccentueerde instructie stappen. De verwerking wordt voortgezet op de volgende regel in dezelfde methode of (als u aan het einde van de methode bent) in de methode waarvandaan de huidige methode is aangeroepen. De cursor springt naar de declaratie van de methode en de regel wordt geselecteerd. |
F6 | |
|
Uit de huidige methode stappen. De verwerking wordt met deze optie gestopt nadat de huidige methode is verlaten. |
F7 | |
|
De geselecteerde thread van een doel onderbreken om code te bekijken of te wijzigen, gegevens te inspecteren, stapfuncties te gebruiken, enzovoort. |
||
|
Een geselecteerd foutopsporingsdoel beëindigen. |
Ctrl+F2 | |
![]() |
Onderbrekingspunt in-/uitschakelen | Het juiste type onderbrekingspunt in- of uitschakelen, afhankelijk van de selectie. | Ctrl+Shift+B |
![]() |
Regelonderbrekingspunt in-/uitschakelen | Een regelonderbrekingspunt voor de huidige verwerkbare regel code in- of uitschakelen. | |
![]() |
Methode-onderbrekingspunt in-/uitschakelen | Een methode-onderbrekingspunt voor de geselecteerde methodedeclaratie in- of uitschakelen. | |
![]() |
Controlepunt in-/uitschakelen | Een controlepunt voor het geselecteerde veld in- of uitschakelen. | |
|
Stapfilters gebruiken | Stapfilters in- of uitschakelen. Als de optie is ingeschakeld, worden stapfilters door alle stapfuncties toegepast. | Shift+F5 |
Een controle-item maken. Een controle-item is een expressie in de view Expressie, waarvan de waarde tijdens de foutopsporing wordt bijgewerkt. |

Foutopsporingsprogramma
JDT (Java Development Tools)
Lokaal fouten opsporen
Fouten opsporen op afstand

Uitvoeren en fouten opsporen
Verbinding maken met een VM
via de startconfiguratie Java-toepassing op afstand
Regelonderbrekingspunten
toevoegen
Methode-onderbrekingspunten instellen
Uitzonderingen afvangen

Voorkeurenpagina Uitvoeren/fouten opsporen
Werkbalkacties Uitvoeren en Fouten opsporen