Op de voorkeurenpagina
Java > Fouten opsporen kunt u de onderstaande voorkeuren instellen.
Deze opties gelden voor Java-specifieke foutopsporingsprogramma's en hebben betrekking op onderbrekingsopties en directe codevervanging.
| Optie |
Beschrijving |
Standaardwaarde |
|---|---|---|
| Uitvoering onderbreken bij niet-afgevangen uitzonderingen | Met deze optie bepaalt u of een programma wordt onderbroken wanneer een niet-afgevangen uitzondering wordt verworpen. Als u bijvoorbeeld een methode probeert uit te voeren voor een null-object waarbij de uitzondering NullPointerException wordt verworpen, kunt u met deze optie het programma onderbreken op de plek waar de uitzondering is verworpen. |
Aan |
| Uitvoering onderbreken bij compilatiefouten | Met deze optie bepaalt u of een programma wordt onderbroken wanneer een compilatiefout wordt aangetroffen. | Aan |
| Onderbreken bij onderbrekingspunten tijdens evaluatie | Met deze optie bepaalt u of de uitvoering kan worden onderbroken tijdens het evalueren van code die een of meer onderbrekingspunten bevat. Meer informatie over evaluaties vindt u hier. | Aan |
| Voorgrondvenster openen bij onderbreking vanwege uitzondering | Met deze optie bepaalt u of een voorgrondvenster wordt afgebeeld wanneer een programma wordt onderbroken als gevolg van een uitzondering. De uitzondering kan vanuit het voorgrondvenster worden geïnspecteerd. | Uit |
| Standaard onderbreking voor nieuwe onderbrekingspunten | Met deze optie kunt u het standaardonderbrekingsbeleid voor nieuwe onderbrekingspunten instellen. Het onderbrekingsbeleid wordt door onderbrekingspunten gehanteerd om te bepalen wat de VM moet onderbreken: de thread waarin het onderbrekingspunt actief is of de gehele actieve VM. | Thread onderbreken |
| Fout afbeelden als warme codevervanging mislukt | Met deze optie bepaalt u of een foutvenster wordt afgebeeld wanneer directe codevervanging mislukt. | Aan |
| Fout afbeelden als warme codevervanging niet wordt ondersteund | Met deze optie bepaalt u of een foutvenster wordt afgebeeld wanneer directe codevervanging niet wordt ondersteund, terwijl er wijzigingen zijn aangebracht en opgeslagen in code die wordt uitgevoerd. | Aan |
| Fout afbeelden als verouderde methoden blijven na warme codevervanging | Met deze optie bepaalt u of een foutvenster wordt afgebeeld wanneer warme codevervanging is afgerond, terwijl er verouderde methoden zijn overgebleven. | Aan |
| Klassenbestanden met compilatiefouten vervangen | Met deze optie bepaalt u of klassenbestanden met compilatiefouten worden vervangen. | Aan |
| Timeout voor foutopsporing | Met deze optie stelt u de tijd (in milliseconden) in dat het foutopsporingsprogramma kan proberen te communiceren met een VM voordat de verbinding wordt verbroken. | 3000 |
| Timeout starten | Met deze optie stelt u de tijd (in milliseconden) in dat een startconfiguratie kan proberen een startproces af te ronden voordat dit wordt beëindigd. Deze optie is niet van invloed op de tijd dat een programma wordt uitgevoerd, maar alleen op de tijd dat een poging tot uitvoeren van het programma kan duren. | 20000 |
| Waarschuwing als onderbrekingspunt niet kan worden geïnstalleerd vanwege ontbrekende regelnummerkenmerken | Met deze optie bepaalt u of een bericht wordt afgegeven wanneer een onderbrekingspunt wordt ingesteld voor een regel met ongeldige regelgegevens. | Aan |

Foutopsporingsprogramma
Java-perspectieven
Java-views
Lokaal fouten opsporen
Fouten opsporen op afstand
Een Java-programma starten
Uitvoeren en fouten opsporen

Voorkeurenpagina
Detailformatters
Voorkeurenpagina
Heap doorlopen
Voorkeurenpagina
Geïnstalleerde JRE's
Voorkeurenpagina
Logische structuren
Voorkeurenpagina
Weergaveopties voor primitieven
Voorkeurenpagina
Uitvoeren/fouten opsporen
Voorkeurenpagina
Stapfilters