Een variabele, expressie of register toevoegen aan de view Geheugen
U kunt een register, een variabele of een expressie (zoals een onbewerkt adres als
0x00000234) toevoegen aan een geheugenmonitor in de view Geheugen.
U kunt een nieuwe geheugenmonitor als volgt toevoegen aan de view Geheugen:
- Klik op de knop Geheugenmonitor toevoegen
) van de
view Geheugen. Deze knop staat in het deelvenster Monitors.
- Typ het adres of de expressie in het veld in het dialoogvenster Geheugen bewaken
(een expressie moet in een adres kunnen worden omgezet). Uw opgave is niet
hoofdlettergevoelig. Als u het adres of de expressie eerder hebt bewaakt tijdens het
opsporen van fouten in de toepassing, kunt u deze ook uit de vervolgkeuzelijst kiezen. Afhankelijk
van de foutopsporings-engine waarmee de gebruikersinterface van het
foutopsporingsprogramma is verbonden, zijn registernamen, variabelen en hexadecimale
adressen voorbeelden van geldige expressies.
Opmerking: Als u een register aan een geheugenmonitor toewijst,
kunt u in de view Registers eenvoudig de namen van alle registers in de toepassing
aflezen. U kunt de naam van een register in de view noteren en vervolgens gebruiken bij
het toevoegen van een geheugenmonitor.
- Klik op OK.
Nadat de geheugenmonitor is toegevoegd, kunt u de gewenste geheugennotatie voor het
deelvenster Renderingen kiezen.
U kunt ook een nieuwe geheugenmonitor maken vanuit het deelvenster
Renderingen in de view Geheugen:
- Klik op de knop Rendering(en) toevoegen (
). Deze knop staat in het
deelvenster Renderingen.
- Kies in het dialoogvenster Geheugenrendering toevoegen een bestaande
geheugenmonitor uit de vervolgkeuzelijst door op Nieuwe toevoegen te
klikken. Bij het maken van een nieuwe geheugenmonitor wordt u in het dialoogvenster
Geheugen bewaken gevraagd een adres of expressie op te geven. Klik op OK
om terug te keren naar het dialoogvenster Geheugenrendering toevoegen.
- Voer een van de volgende handelingen uit:
- Selecteer de geheugenrendering die u wilt afbeelden voor de geheugenmonitor
en klik op OK.
- Klik op Annuleren en kies vervolgens de gewenste
geheugenrendering rechts in het deelvenster Renderingen.