Geheugen inspecteren in de view Geheugen

In de view Geheugen kunt u geheugeninhoud op een specifiek adres aflezen. Het adres kan worden opgehaald van een expressie die naar een variabele of een register verwijst. U kunt een geheugenmonitor in diverse notaties afbeelden.

De view Geheugen bestaat uit twee gedeelten:

Als u een adres of expressie in het deelvenster Monitors bewaakt, wordt het deelvenster Renderingen gevuld met een set standaard renderingen die door het foutopsporingsprogramma zijn verstrekt. Als u daarentegen een adres of expressie in het deelvenster Renderingen bewaakt, wordt het deelvenster gevuld met een lijst van renderingen waaruit u zelf kunt kiezen.

In de view Geheugen kunt u meerdere variabelen, expressies en registers bewaken en aan het deelvenster Renderingen kunt u meerdere renderingen toevoegen. In het deelvenster Monitors worden alle bewaakte variabelen, expressies en registers vermeld. In het deelvenster Renderingen worden echter alleen de geheugenrenderingen afgebeeld voor een geselecteerde monitor in de view Geheugen (meerdere renderingen worden gescheiden door middel van tabs of een gesplitst deelvenster).

U kunt de twee deelvensters van de view Geheugen horizontaal of verticaal rangschikken. Om de rangschikking in te stellen, klikt u op het pictogram met de pijl omlaag en kiest u Opmaak in het menu. Hiermee opent u een submenu, waarin u de gewenste stand kunt selecteren.