Werken met geheugenmonitors
U kunt de inhoud van de view Geheugen als volgt bekijken:
- Selecteer in het deelvenster Monitors de geheugenmonitor met de
geheugenlocatie die u wilt bekijken. Het geheugen wordt afgebeeld in het deelvenster
Renderingen, waar u alle andere stappen uitvoert. Als u meerdere
renderingen hebt toegevoegd, selecteert u de tab met de rendering die u wilt bekijken.
- Splits het deelvenster Renderingen desgewenst door op de knop
Splitsen inschakelen/uitschakelen
(
) te
klikken. Standaard bevat de view Geheugen slechts één deelvenster voor renderingen. Als u
op Splitsen inschakelen/uitschakelen klikt, wordt een tweede rendering
geopend.
- Gebruik zo nodig de schuifbalk in de rendering om de geheugenlocaties boven of
onder het basisadres te bekijken van de geheugenmonitor die door de huidige rendering
wordt afgebeeld. U kunt ook met de rechtermuisknop in de rendering klikken en de
voorgrondmenuoptie Naar adres gaan kiezen of op Ctrl+G drukken. Hiermee
opent u een gedeelte onderaan in de rendering, waarin u het volgende kunt doen:
- Kies de vervolgkeuzemenuoptie Naar adres gaan en geef het
gewenste adres op.
De rendering wordt zo afgebeeld dat het ingevoerde adres zichtbaar en geselecteerd is.
- Kies de vervolgkeuzemenuoptie Naar offset gaan en geef de
offset op.
De rendering wordt zo afgebeeld dat het adres van de expressie (basisadres), plus de
ingevoerde offset, zichtbaar en geselecteerd zijn. In geval van een negatieve waarde
wordt de rendering weer op het basisadres ingesteld.
- Kies de vervolgkeuzemenuoptie Geheugeneenheden verspringen.
Met deze functie wordt het opgegeven aantal geheugeneenheden bij het geselecteerde adres
opgeteld.
Het resulterende adres wordt geselecteerd. In geval van een negatieve waarde wordt de
rendering weer op het huidige adres ingesteld.
U kunt al deze items hexadecimaal invoeren door het vakje Als
hexadecimaal invoeren te selecteren (anders is de invoer decimaal). Nadat u het
veld hebt ingevuld, drukt u op Enter of klikt u op OK om naar de locatie
in de rendering te gaan. Als u dit gedeelte wilt sluiten, klikt u op
Annuleren of drukt u op Ctrl+G.
Opmerking: Invoer met het prefix 0x wordt ook als
hexadecimaal beschouwd.
- U kunt de breedte van een kolom desgewenst wijzigen door de kopcel aan de linker-
of rechterkant te verslepen. U kunt ook met de rechtermuisknop in de rendering klikken en
Passend maken kiezen in het voorgrondmenu, zodat het formaat van alle
kolommen wordt gewijzigd om alle tekst te laten passen. Bovendien kunt u met de
rechtermuisknop in de rendering klikken en Indelen kiezen in het
voorgrondmenu. Met deze opdracht opent u het dialoogvenster Indelen. Hier kunt u het
aantal eenheden per rij en per kolom instellen. Tijdens het wijzigen van de instellingen
kunt u bij Preview het resultaat bekijken.
Als u de instellingen als standaardindeling wilt opslaan, klikt u op Als
standaard opslaan.
- Verder kunt u elementen van de view Geheugen verbergen, zodat deze eenvoudiger
zijn te bekijken:
- U kunt het deelvenster Monitors verbergen met de wisselknop
Deelvenster Monitors afbeelden/verbergen.
- U kunt de kolom Adres verbergen door met de
rechtermuisknop in een rendering te klikken en Adreskolom verbergen te
kiezen. Als u de kolom opnieuw wilt afbeelden, klikt u met de rechtermuisknop in de
rendering en kiest u Adreskolom afbeelden in het voorgrondmenu.
Wanneer u niet meer bij het adres bent dat u oorspronkelijk hebt ingesteld om te
bewaken, kunt u met de actie Opnieuw instellen op basisadres de cursor
terugplaatsen bij het basisadres van de geheugenmonitor. U kunt bovendien alle
renderingen voor een of meer geheugenmonitors opnieuw instellen door met de
rechtermuisknop op de monitor(s) te klikken en Opnieuw instellen te
kiezen.
Bij het opnieuw instellen van een monitor worden standaard de zichtbare renderingen
opnieuw ingesteld op het basisadres.
Als u alle renderingen in de huidige view Geheugen opnieuw wilt instellen op het
basisadres, wijzigt u de voorkeuren voor de view Geheugen.