Werken met geheugenmonitors

U kunt de inhoud van de view Geheugen als volgt bekijken:

  1. Selecteer in het deelvenster Monitors de geheugenmonitor met de geheugenlocatie die u wilt bekijken. Het geheugen wordt afgebeeld in het deelvenster Renderingen, waar u alle andere stappen uitvoert. Als u meerdere renderingen hebt toegevoegd, selecteert u de tab met de rendering die u wilt bekijken.
  2. Splits het deelvenster Renderingen desgewenst door op de knop Splitsen inschakelen/uitschakelen (Splitsen inschakelen/uitschakelen) te klikken. Standaard bevat de view Geheugen slechts één deelvenster voor renderingen. Als u op Splitsen inschakelen/uitschakelen klikt, wordt een tweede rendering geopend.
  3. Gebruik zo nodig de schuifbalk in de rendering om de geheugenlocaties boven of onder het basisadres te bekijken van de geheugenmonitor die door de huidige rendering wordt afgebeeld. U kunt ook met de rechtermuisknop in de rendering klikken en de voorgrondmenuoptie Naar adres gaan kiezen of op Ctrl+G drukken. Hiermee opent u een gedeelte onderaan in de rendering, waarin u het volgende kunt doen:

    U kunt al deze items hexadecimaal invoeren door het vakje Als hexadecimaal invoeren te selecteren (anders is de invoer decimaal). Nadat u het veld hebt ingevuld, drukt u op Enter of klikt u op OK om naar de locatie in de rendering te gaan. Als u dit gedeelte wilt sluiten, klikt u op Annuleren of drukt u op Ctrl+G.

    Opmerking: Invoer met het prefix 0x wordt ook als hexadecimaal beschouwd.

  4. U kunt de breedte van een kolom desgewenst wijzigen door de kopcel aan de linker- of rechterkant te verslepen. U kunt ook met de rechtermuisknop in de rendering klikken en Passend maken kiezen in het voorgrondmenu, zodat het formaat van alle kolommen wordt gewijzigd om alle tekst te laten passen. Bovendien kunt u met de rechtermuisknop in de rendering klikken en Indelen kiezen in het voorgrondmenu. Met deze opdracht opent u het dialoogvenster Indelen. Hier kunt u het aantal eenheden per rij en per kolom instellen. Tijdens het wijzigen van de instellingen kunt u bij Preview het resultaat bekijken. Als u de instellingen als standaardindeling wilt opslaan, klikt u op Als standaard opslaan.
  5. Verder kunt u elementen van de view Geheugen verbergen, zodat deze eenvoudiger zijn te bekijken:

Wanneer u niet meer bij het adres bent dat u oorspronkelijk hebt ingesteld om te bewaken, kunt u met de actie Opnieuw instellen op basisadres de cursor terugplaatsen bij het basisadres van de geheugenmonitor. U kunt bovendien alle renderingen voor een of meer geheugenmonitors opnieuw instellen door met de rechtermuisknop op de monitor(s) te klikken en Opnieuw instellen te kiezen. Bij het opnieuw instellen van een monitor worden standaard de zichtbare renderingen opnieuw ingesteld op het basisadres. Als u alle renderingen in de huidige view Geheugen opnieuw wilt instellen op het basisadres, wijzigt u de voorkeuren voor de view Geheugen.