U kunt voorkeuren instellen voor tabelrenderingen en codetabellen en u kunt de opgevulde tekenreeks opgeven. Bovendien kunt u het voorkeursgedrag wijzigen voor het opnieuw instellen van geheugenrenderingen.
U kunt de voorkeuren voor de view Geheugen openen via het menu van het pictogram met de pijl omlaag. Klik hiertoe op het pictogram en kies Voorkeuren in het menu. Als u de voorkeuren voor tabelrenderingen wilt openen, klikt u op het pictogram met de pijl omlaag en kiest u Voorkeuren voor tabelrenderingen in het menu.
Als u de standaardinstellingen wilt terugzetten, klikt u op Standaardwaarden herstellen.
Wanneer u van een rendering weg bent genavigeerd, kunt u deze opnieuw instellen op het basisadres. U kunt aangeven dat alleen de zichtbare renderingen of alle renderingen opnieuw moeten worden ingesteld. Wanneer u aangeeft dat alle renderingen opnieuw moeten worden ingesteld, kan de bewerking nadelig worden beïnvloed. Om deze voorkeur te openen, opent u het dialoogvenster Voorkeuren en kiest u Geheugenmonitor opnieuw instellen. Op de pagina Geheugenmonitor opnieuw instellen selecteert u het gewenste keuzerondje.
De opgevulde tekenreeks is een tekenreeks die in geheugeninhoud wordt afgebeeld wanneer geheugen niet kan worden opgehaald. Om de tekenreeks in te stellen, opent u het dialoogvenster Voorkeuren en kiest u Opgevulde tekenreeks. Op de pagina Opgevulde tekenreeks kunt u de tekenreeks opgeven die u wilt afbeelden wanneer geheugeninhoud niet kan worden vastgesteld.
Als u ASCII- en EBCDIC-renderingen (en toegewezen geheugen, indien beschikbaar in het product waarmee het foutopsporingsprogramma is geïnstalleerd) bewaakt in het deelvenster Renderingen, kunt u de codetabel instellen waarmee de rendering moet worden afgebeeld.
Om de codetabel voor het weergeven van geheugen als ASCII/EBCDIC in te stellen, opent u het dialoogvenster Voorkeuren en kiest u Codetabellen selecteren. Op de pagina geeft u de codetabel op van de tekenset die u wilt wijzigen (voor ASCII-renderingen, EBCDIC-renderingen of beide).
Om de voorkeuren voor renderingen in tabelvorm in te stellen, klikt u op het pictogram met de pijl omlaag en kiest u Voorkeuren voor tabelrenderingen. In het dialoogvenster kunt u kiezen uit twee opties:
Als de buffer groot is, kunnen de prestaties van de view Geheugen nadelig worden beïnvloed wanneer de view wordt vernieuwd. (De view wordt vernieuwd als er mogelijk sprake is van een geheugenwijziging, zoals bij het uitvoeren van een stapactie, het onderbreken na uitvoeren, het wijzigen van een variabele of een register of het wijzigen van geheugen.) De foutopsporings-engine moet namelijk voor elke vernieuwingsbewerking een aanvraag voor meer geheugen indienen. Als de buffer daarentegen te klein is, kan het bladeren nadelig worden beïnvloed. De foutopsporings-engine moet namelijk telkens wanneer de buffer leeg is een aanvraag voor meer geheugen indienen. Houd hier rekening mee bij het instellen van de optie.
Als de buffer groot is, kunnen de prestaties van de view Geheugen nadelig worden beïnvloed wanneer de view wordt vernieuwd. (De view wordt vernieuwd als er mogelijk sprake is van een geheugenwijziging, zoals bij het uitvoeren van een stapactie, het onderbreken na uitvoeren, het wijzigen van een variabele of een register of het wijzigen van geheugen.) De foutopsporings-engine moet namelijk voor elke vernieuwingsbewerking een aanvraag voor meer geheugen indienen.