Geavanceerde opties instellen
-
Volg de procedure in Een JAR-bestand maken, maar klik
in de laatste stap op Volgende om de pagina JAR-pakketopties te openen.
-
Als u de JAR-bestandsbeschrijving wilt opslaan, selecteert u het vakje
Beschrijving van dit JAR-bestand opslaan in het werkgebied.
Aan de hand van een JAR-bestandsbeschrijving kunt u een
JAR-bestand opnieuw genereren zonder de wizard te gebruiken.
-
Het compileerprogramma kan altijd klassenbestanden genereren, zelfs als de
broncode fouten bevat. U kunt ervoor kiezen om klassenbestanden (niet bronbestanden) met
compilatiefouten uit te sluiten. Deze bestanden worden op het einde gemeld, als de rapportagefunctie ingeschakeld is.
-
Desgewenst kunt u ook klassenbestanden (niet bronbestanden) met
compilatiewaarschuwingen uitsluiten. Deze bestanden worden op het eind gemeld.
Opmerking: Hierbij worden klassenbestanden met compileerfouten
niet automatisch uitgesloten.
-
Selecteer het vakje Bronmapstructuur maken als u het bronmappad in de code wilt opnemen.
-
Selecteer het vakje Projecten opbouwen als deze niet automatisch zijn
opgebouwd als u bij het exporteren een build wilt uitvoeren voordat het
JAR-bestand wordt gemaakt.
-
Klik op Voltooien om het JAR-bestand onmiddellijk te maken of
klik op Volgende om het standaardmanifest te
wijzigen.
Een nieuw JAR-bestand maken
Het manifest van een JAR-bestand definiëren
Een JAR-bestand opnieuw genereren
Wizard JAR-bestand exporteren