Filters voor uitzonderingsonderbrekingspunten maken
U kunt filters voor type- en pakketnamen instellen voor onderbrekingspunten van
Java-uitzonderingen. U kunt hiervoor de eigenschappenpagina Filteren
openen voor een uitzonderingsonderbrekingspunt, zoals op de volgende afbeelding:

Op de eigenschappenpagina Filteren beschikt u over vier manieren om filters toe te
voegen:
- U kunt het onderbrekingspunt beperken tot specifieke threads (in een
foutopsporingssessie)
- U kunt op de knop Klasse toevoegen klikken om een klasse te
selecteren in het dialoogvenster Type openen.
- U kunt op de knop Pakket toevoegen klikken om een pakket te
selecteren in het dialoogvenster Type openen
waarop een filter is toegepast.
- U kunt op de knop Toevoegen klikken om zelf een patroon te
definiëren dat u als klasse- en/of pakketfilter wilt instellen.
Zelf een filterpatroon definiëren
Als u op de hierboven genoemde knop Toevoegen klikt, kunt u zelf een patroon
definiëren dat als filter kan dienen voor een Java-uitzonderingsonderbrekingspunt. Nadat
u op de knop hebt geklikt, kunt u een expressie invoeren in de lijst met geselecteerde
locaties, zoals op de volgende afbeelding:

Als u zelf een patroon maakt, dient u zich aan enkele regels te houden:
- In het patroon kan het teken '*' alleen achteraan voorkomen.
- Het patroon moet volledig gekwalificeerd zijn, zoals a.b.c.MyClass.
- Het patroon mag geen spaties bevatten.
Voorbeelden
- a.b.c* komt overeen met alles in het pakket a.b.c.
- a.b.c.My* komt overeen met alles in het pakket a.b.c waarvan de
naam begint met 'My'.
- My* komt overeen met alles in het standaardpakket waarvan de naam
begint met 'My'.