Filters voor uitzonderingsonderbrekingspunten maken

U kunt filters voor type- en pakketnamen instellen voor onderbrekingspunten van Java-uitzonderingen. U kunt hiervoor de eigenschappenpagina Filteren openen voor een uitzonderingsonderbrekingspunt, zoals op de volgende afbeelding:

Eigenschappenpagina
Filteren voor Java-uitzonderingsonderbrekingspunt

Op de eigenschappenpagina Filteren beschikt u over vier manieren om filters toe te voegen:

  1. U kunt het onderbrekingspunt beperken tot specifieke threads (in een foutopsporingssessie)
  2. U kunt op de knop Klasse toevoegen klikken om een klasse te selecteren in het dialoogvenster Type openen.
  3. U kunt op de knop Pakket toevoegen klikken om een pakket te selecteren in het dialoogvenster Type openen waarop een filter is toegepast.
  4. U kunt op de knop Toevoegen klikken om zelf een patroon te definiëren dat u als klasse- en/of pakketfilter wilt instellen.

Zelf een filterpatroon definiëren

Als u op de hierboven genoemde knop Toevoegen klikt, kunt u zelf een patroon definiëren dat als filter kan dienen voor een Java-uitzonderingsonderbrekingspunt. Nadat u op de knop hebt geklikt, kunt u een expressie invoeren in de lijst met geselecteerde locaties, zoals op de volgende afbeelding:

Filterpatroon
toevoegen

Als u zelf een patroon maakt, dient u zich aan enkele regels te houden:

  1. In het patroon kan het teken '*' alleen achteraan voorkomen.
  2. Het patroon moet volledig gekwalificeerd zijn, zoals a.b.c.MyClass.
  3. Het patroon mag geen spaties bevatten.

Voorbeelden