Opmerking
Waar in dit document naar bestands- en directorylocaties wordt verwezen, wordt met <installatiedirectory> de directory bedoeld waarin het pakket van de Agent Controller is uitgepakt.
U kunt het aantal systeemresources verminderen dat wordt gebruikt door de Agent Controller als hiermee geen verbindingen worden gemaakt door clienttoepassingen waarvoor oude API's zijn vereist. Het verwijderen van de compatibiliteit met oudere versies heeft als gevolg dat er minder communicatiepoorten en minder geheugen worden gebruikt door de Agent Controller.
Opmerking
Omdat voor alle tools in de TPTP 4.3-release compatibiliteit met oudere versies vereist is, moet u dit alleen doen als u nieuw ontwikkelde clienttoepassingen gebruikt. Zie "Compatibiliteit met oudere versies in de Agent Controller" voor meer informatie.
Als u de ondersteuning voor compatibiliteit met oudere versies wilt verwijderen, moet u gewoon de speciale transportlagen die voor dat doel zijn gedefinieerd verwijderen uit het bestand serviceconfig.xml. De eenvoudigste manier om dit te doen is om de naam van het uitvoerbaar bestand <installdir>/bin/RAServer te wijzigen of dit bestand te verwijderen en vervolgens het script SetConfig uit te voeren vanuit dezelfde diectory bin. Het ontbreken van het bestand RAServer<.exe> geeft aan dat SetConfig een serviceconfig.xml-bestand moet genereren dat n iet de transportlagen voor compatibiliteit met oudere versies bevat. Als de Agent Controller de volgende keer wordt gestart, worden de extra bibliotheken niet geladen en worden er geen extra communicatiepoorten geopend om interacties te ondersteunen met clients die aanvragen doen met behulp van de oude protocollen.
Daarnaast kunt u serviceconfig.xml als volgt handmatig bewerken:
Verwante taken
De Agent Controller beheren
Compatibiliteit met eerdere versies in de Agent Controller
Het bestand serviceconfig.xml
Copyright (C) 2007 Intel Corporation.